Het blancheren van de aardappelen is nodig om de suikers uit de aardappel te laten vloeien in het blancheerwater. Daardoor behoudt een aardappelproduct na frituren een mooie, lichtbruine kleur. Helaas verliezen de aardappelen ook waardevolle stoffen aan het blancheer water, zoals mineralen, aminozuren en vitamines.
Op het moment dat het blancheerwater is verzadigd en daardoor geen suikers meer kan opnemen, gaat het als afvalwater naar de waterzuivering. Na zuivering wordt het water teruggebracht in het oppervlaktewater. Aviko pompt nieuw grondwater in het blancheervat, verhit het en het blancheerproces begint opnieuw. Het afvalwater bevat niet alleen suikers, maar ook de waardevolle stoffen.
Samengevat bestaat de huidige, ‘traditionele’ blancheermethode uit de volgende stappen:
- De fabriek ontrekt grondwater en verhit dit tot 70°C
- De geschilde aardappelen komen 20 – 25 minuten in een vat met het hete water om enzymen te inactiveren en om suikers uit de aardappelen te halen
- De geblancheerde aardappelen gaan daarna verder het productieproces in
Nadelen De huidige blancheermethode heeft de volgende nadelen:
- Verzadigd blancheerwater moet worden ververst. Daarvoor onttrekt Aviko grondwater uit de omgeving van de fabriek. Aviko consumeert hierdoor relatief veel water.
- Het ‘verse’ blancheerwater moet worden verhit.
- Het verzadigde blancheerwater is ‘afvalwater’ dat moet worden gezuiverd door een waterzuiveringsinstallatie. Daarna komt het gezuiverde water weer in omloop van het oppervlaktewater.
- Meestal wordt de warmte uit het hete blancheerwater niet hergebruikt.
- Behalve suikers vloeien ook waardevolle stoffen uit de aardappel in het blancheerwater. Denk aan aminozuren, vitamines en mineralen. Met de verversing van het water, verdwijnen de waardevolle grondstoffen. Hier is sprake van grondstofverlies.
|